Sodiro nieuwsbrief

Ik wens via e-mail op de hoogte gehouden te worden van nieuwe informatie op de site.

Nieuw? Registreer je hier.

illustratie van nieuwsbrief



Woon-werkverkeer

TUSSENKOMST VAN DE WERKGEVER IN HET WOON-WERKVERKEER

 

De NMBS heeft naar jaarlijkse gewoonte op 1 februari 2014 de tarieven voor de treinkaarten verhoogd. Dit heeft echter geen gevolgen voor de werkgeverstussenkomst in de vervoerskosten, zoals bepaald in de NAR CAO nr. 19 octies. De verhoging is enkel van tel in het kader van de derdebetalersregeling en bij de terugbetaling van bepaalde andere vervoerskosten.

                                                                                                        Tabel 1     Tabel 2

1. Vervoer per spoor

De werkgeverstussenkomst in de kosten voor het openbaar vervoer bedraagt gemiddeld 75% en is sedert 2009 niet langer gebaseerd op de jaarlijks aangepaste tarieven van de NMBS.  De sociale partners hebben op basis van NAR CAO nr. 19octies een eigen tabel met forfaitaire bedragen voorzien die niet jaarlijks wordt geïndexeerd zoals de NMBS-tarieven maar wel tweejaarlijks door de sociale partners wordt herzien. Voor de periode vanaf 2011 werd, gezien de economisch ongunstige context, de tabel niet meer aangepast.  De tabel 1 in bijlage is geldig tot 31 januari 2015.

Voor de werkgevers die een derdebetalersregeling onderschreven hebben, heeft de prijsaanpassing van de NMBS wel een invloed. Op basis van een “overeenkomst van derde betaler” komt de werkgever tussen voor 80% van de treinkaart , de overheid legt de overige 20% bij.

 

2. Andere vormen van openbaar vervoer (uitgezonderd de trein)

Maakt de werknemer gebruik van tram, metro of bus dan voorziet CAO nr. 19octies dat de werkgever enkel moet tussenkomen in de vervoerskosten wanneer de verplaatsing minstens 5km bedraagt, berekend vanaf de vertrekhalte.

Om de hoogte van de werkgeversbijdrage vast te leggen, moeten we een onderscheid maken tussen enerzijds de openbare vervoermiddelen waar de prijs berekend wordt in verhouding tot de afstand en anderzijds de openbare vervoermiddelen waarbij de prijs bepaald wordt volgens een eenheidstarief onafhankelijk van de afstand.

a) de prijs van het vervoer staat in verhouding tot de afstand

Wanneer de vervoerprijs afhankelijk is van het aantal afgelegde kilometers, dan wordt gebruik gemaakt van dezelfde tabel (tabel 1) als bij het vervoer per spoor, zonder dat de tussenkomst meer mag bedragen dan 75% van de werkelijk betaalde prijs. Om zeker te zijn dat de grens van 75% niet overschreden wordt, neemt u 75% van de werkelijke prijs voor het aantal afgelegde kilometers en vergelijkt u dit met de bedragen in tabel 1 geldig voor het vervoer per spoor. Indien het bedrag in die tabel lager is dan 75% van de werkelijke prijs, dan betaalt de werkgever het voorziene bedrag van tabel 1. Is het daarentegen hoger, dan beperkt u de tussenkomst tot effectief 75% van de werkelijke vervoerprijs van het ticket. 

b) de prijs is een eenheidstarief (bvb een Stadskaart van de LIJN)

De bijdrage van de werkgever wordt forfaitair vastgesteld op 71,8% van de effectief door de werknemer betaalde prijs. Als maximum geldt het bedrag van de werkgeverstussenkomst dat overeenstemt met het bedrag in tabel 1 voor een afstand van 7 km.
 

De werknemers moeten een ondertekende verklaring voorleggen waarin verzekerd wordt dat zij geregeld over een afstand van minstens 5 km gebruik maken van het openbaar vervoer om zich naar het werk te begeven. Indien mogelijk moet dit attest ook het aantal kilometers vermelden.

 

3. Gecombineerd gemeenschappelijk openbaar vervoer

Als een werknemer gebruik maakt van een combinatie van de trein en één of meer andere gemeenschappelijke openbare vervoermiddelen dan de trein, wordt volgend onderscheid gemaakt :

  • wordt er slechts één vervoerbewijs afgeleverd zonder onderverdeling per vervoermiddel, dan is de tussenkomst van de werkgever gelijk aan de tussenkomst voorzien in tabel 1.
  • worden er verschillende vervoerbewijzen afgeleverd, dan maakt de som van de verschillende bijdragen de totale werkgeverstussenkomst uit.

Opmerking:
Sommige paritaire comités voorzien in een hogere tussenkomst. U kan steeds contact opnemen met uw dossierbeheerder om de exacte regeling voor uw sector op te vragen.

 

4. privé-vervoer

De CAO nr. 19octies voorziet niet in een algemene verplichte tussenkomst van de werkgever in de  kosten voor de woon-werkverplaatsing. Niettemin voorzien talrijke CAO’s toch in een verplichte bijdrage voor het privévervoer, vaak gelijk aan de werkgeverstussenkomst voor vervoer per spoor. In bijlage (Tabel 2) geven wij u graag een overzicht van de CAO’s die op sectoraal niveau werden gesloten.

In sectoren waarin niet uitdrukkelijk voorzien is in een specifieke fietsvergoeding, heeft de werknemer die gebruik maakt van de fiets voor het woon-werkverkeer recht op de tussenkomst die voorzien is voor het gebruik van een privé vervoermiddel. Deze vergoeding is niet onderworpen aan de sociale zekerheid en is belastingvrij voor zover het bedrag niet hoger is dan 0,22 EUR per kilometer. De sectoren die voorzien in een specifieke fietsvergoeding zijn eveneens in Tabel 2 opgenomen. 

                                                                                                          Tabel 1     Tabel 2